Radio Havenstad FM

'Rondje Havenstad'


  • 29 december 2007 (tussen 12:00 en 14:00 uur)


    Aarde in perihelium / Boötiden / Kalender
      Op donderdag 3 januari 2008 rond 01.00 uur bevindt het aarde-maan systeem zich in het perihelium van zijn baan rond de zon. De afstand tot de zon is dan minimaal (147,1 miljoen km) en op de foto ziet de zon er dan zo groot mogelijk uit vanaf de aarde gezien. De baan van het zwaartepunt van de aarde en de maan rond de zon is geen cirkel maar een ellips met de zon in één van de brandpunten. Over een half jaar op 4 juli aanstaande bevindt het systeem zich op de grootste afstand van de zon (152,1 miljoen km) en is het zonneplaatje minimaal. De jaarlijkse variatie in afstand bedraagt slechts 3,3%. Dit is te weinig om het klimaat op aarde te beïnvloeden. Op het noordelijk halfrond wordt het evengoed wel winter. De temperatuurverschillen in de seizoenen worden hoofdzakelijk veroorzaakt door de scheve stand van de aardas ten opzichte van het baanvlak van de aarde. Daardoor staat nu de zon lager aan de hemel en in de instraling per vierkante meter een stuk kleiner dan in de zomer.

      In de nacht van 3 op 4 januari 2008 kunnen we bij helder weer genieten van een mooi schouwspel van vallende sterren (meteoren). De Boötiden zijn aan de beurt. Dit zijn natuurlijk geen sterren die vallen, maar kleine stofdeeltjes (meteoroïden) die met grote snelheden (30-80 km/s) de dampkring van de aarde binnendringen en daar vergloeien en de moleculen tot lichten brengen. Dergelijke wolken van deeltjes draaien evenals de aarde rond de zon en eenmaal per jaar kruisen de banen elkaar. Nu op 4 januari. Door perspectief lijken de lichtsporen van de Boötiden (enkelvoud Boötide) allemaal vanuit één punt aan de hemel te vertrekken, de radiant. Omdat dit punt in het sterrenbeeld Boötes (Ossenhoeder) ligt, worden deze vallende sterren de Boötiden genoemd. Tijdens het vrij scherpe maximum rond 07.00 uur in de ochtend van 4 januari staat de radiant hoog aan de hemel en kunnen wel bijna 100 meteoren per uur worden gezien. De maan zal heel weinig storen.

      Zo tegen het einde van het jaar is er de gelegenheid om even bij de Gregoriaanse Kalender stil te staan die in een groot deel van de wereld in gebruik is. Het is een kalender die de seizoenen zeer nauwkeurig volgt met slechts een fout van één dag in 3230 jaar die ook nog regelmatig gecompenseerd wordt. Deze kalender dateert van 15 oktober 1582 (Paus Gregorius XIII) en kent in 400 jaar 97 schrikkeljaren met 366 dagen. De overige jaren hebben één dag minder. In de nacht van 31 december op 1januari vieren de mensen de jaarwisseling, oftewel de overgang van één oud Romeins boekjaar naar het volgende (?!?). Oorspronkelijk moet deze kalender duidelijk een andere bedoeling hebben gehad, namelijk een jaarwisseling tijdens het begin van de lente die toen viel op 1maart (nu 21 maart). Een dergelijk astronomisch begin was vrij van politieke en religieuze invloeden en zou ook nu weer universeel over de hele wereld toegepast kunnen worden. Daardoor zouden ook de maanden september, oktober, november en december hun oude betekenis van zevende, achtste, negende en tiende maand terugkrijgen en wordt de schrikkeldag aan het eind van het jaar toegevoegd als 29 februari. Ook de namen van sommige maanden zouden een meer universele betekenis kunnen krijgen.

      Presentatie: Jan Wildeman
      Techniek: Remco Keizer
      Samenvatting en bijdrage: Wim Zanstra